Laden...
Naar Facebook

Historie Lure Maastricht

Maastricht

Voordat de stad Maastricht bestond werd het grondgebied van de huidige stad ook door mensen gebruikt. In een lössgroeve ten westen van Maastricht, Belvédère genaamd, zijn zelfs de oudste gedateerde archeologische sites van Nederland opgegraven. 

 

Bij opgravingen tussen 1980 en 1990 zijn namelijk resten in situ gevonden uit de Oude Steentijd. De resten komen uit twee verschillende fasen van het Midden-Paleolithicum. Uit de vroegste fase, rond 250.000 jaar geleden, zijn resten van verschillende kampementen opgegraven. De vondsten bestaan uit stenen werktuigen die er vervaardigd waren en resten van dierenbotten. 

 

Een van de meer spectaculaire vondsten is die van een vuurstenen mes, dat door wetenschappers van de Universiteit van Leiden is onderzocht op microscopische gebruikkssporen. Hieruit bleek dat het mes gebruikt was voor het slachten van een dikhuid. Het mes was vlak naast resten van een neushoorn gevonden. 

 

Uit een latere fase, rond 80.000 jaar geleden zijn de resten van een kampement opgegraven. Onder anderen in dezelfde Belvédère groeve, maar ook op andere plaatsen rond Maastricht zijn dorpen gevonden van de eerste boerencultuur die in ons land voorkwam, de bandkeramiek. Deze cultuur is genoemd naar het kenmerkend versierde aardewerk dat zijn maakten.

 

 

Jekerkwartier en de Jeker

De Jeker stroomt Maastricht binnen bij waterpoort de Reek. Via waterpoort de Reek kon men het niveau van de Jeker binnen de stadsmuren regelen. Ten tijden van belegering van de stad sloot men de sluizen van de waterpoort waardoor het open terrein tussen Maastricht en Sint Pieter onder water kwam te staan. 

 

Het Jekerkwartier waar twee armen van dit riviertje doorstroomde, bood veel industrieën stromend water (krachtbron). Dit was ook de reden waarom maar liefst 13 molens langs de Jeker gesitueerd waren. In de middeleeuwen vormde zich in Maastricht twee belangrijke industrieën,  namelijk de lakenwevers en de leerlooiers industrie.  Deze twee ambachten maakten dan ook dankbaar gebruik van de aanwezigheid van de Jeker. De volgende type molens werden gebruikt, graanmolens, volmolens, schorsmolens ( t.b.v malen van eikenschors voor de leerlooierij), kruitmolen (vervaardigen van buskruit) en molens t.b.v aandrijving van machines. 

 

De Jeker was ook het riool van de stad, in combinatie met het afvalwater van de leerlooierijen, moet de Jeker  veel stankoverlast veroorzaakt hebben . Ten tijde van hoog water op de Maas veroorzaakte de Jeker ook vaak overstromingen binnen de stadsmuren. Het hoge water van de Maas stuwde het water van de Jeker op. Omdat de industrie van de leerlooiers geleidelijk aan verdween en door de wateroverlast, heeft men in het jaar 1897 besloten om de midden stroom van de Jeker te dempen.

 

 

Grote looiersstraat

De Grote Looiersstraat (“de Groete Lurestraot”) en omgeving was het centrum van de leernijverheid in Maastricht. Het leer werd geëxporteerd naar alle landen van Europa, de leerlooiers organiseerde zich middels het oprichten van een gilde. Het gilde stelde strenge kwaliteitseisen op aangaande in en verkoop van het leer. 

 

Het water van de Jeker werd gebruikt bij het prepareren en reinigen van het leer, het gebruikte water werd weer terug in de Jeker geloosd. Vooral in de zomer kon de stank door deze bedrijvigheid enorm zijn. Vandaar dat dit gedeelte van de stad in eerste instantie buiten de eerste stadsmuur werd gebouwd. Door afname van bedrijvigheid en veelvuldig wateroverlast bij hoogwater werd de middentak van de Jeker in 1897 gedempt.

 

 

Fons Olterdissen

Fons Olterdissen was een man die vele talenten bezat. Hij was onder andere, leraar, schrijver,organisator van volksfeesten, regisseur en komediespeler. Deze man heeft een groot stempel gedrukt op de hedendaagse Maastrichtse cultuur. Nu nog worden zijn stukken met enige regelmaat met groot succes opgevoerd. Olterdissen is de schrijver van bekende Maastrichtse volkstheater producties zoals "De kapitein vaan Köpenick" en van "Trijn de Begijn". Het slotstuk uit deze opera is uitgegroeid tot het "Mestreech Volksleed".

×